Meneer Drent: Goedemiddag mevrouw Bakker. Fijn dat u tijd heeft. Ik maak me nogal zorgen over de aanvraag voor mijn nieuwe terrasvergunning. Ik hoorde dat er bezwaren zijn ingediend.
Mevrouw Bakker: Goedemiddag meneer Drent. Dat klopt inderdaad. Een aantal buurtbewoners heeft schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de uitbreiding van uw terras. Ze zijn vooral bang voor geluidsoverlast in de avonduren en vrezen dat de doorgang op de stoep voor rolstoelgebruikers te smal wordt.
Meneer Drent: Dat begrijp ik, maar ik heb in mijn plan juist opgenomen dat het terras om tien uur 's avonds sluit. En wat die stoep betreft: er blijft ruim anderhalve meter over. Dat is toch wettelijk voldoende?
Mevrouw Bakker: Formeel gezien heeft u gelijk wat betreft de anderhalve meter. Maar de gemeente moet alle belangen afwegen. De bewoners wijzen erop dat de parkeerdruk in uw straat al erg hoog is, en ze zijn bang dat rondslingerend afval zal toenemen. Dit weegt mee in onze beslissing.
Meneer Drent: Maar ik kan toch niet verantwoordelijk worden gehouden voor het gedrag van mensen nadat ze mijn zaak verlaten hebben? Bovendien zorg ik er persoonlijk voor dat de straat elke avond geveegd wordt. Is er echt geen ruimte voor een compromis?
Mevrouw Bakker: Gelukkig wel. We zouden kunnen kijken naar een proefperiode van zes maanden. Daarbij spreken we strikte voorwaarden af over de handhaving van de sluitingstijd en de schoonmaak. Als er na die zes maanden geen structurele klachten zijn, kunnen we de vergunning definitief maken. Wat denkt u daarvan?
Meneer Drent: Een proefperiode... Het is niet ideaal voor de investeringen die ik moet doen voor het nieuwe meubilair, maar het is beter dan helemaal geen vergunning. Ik ga akkoord, mits we de voorwaarden heel helder op papier zetten zodat er achteraf geen discussie kan ontstaan.
Mevrouw Bakker: Uitstekend. Ik zal een conceptovereenkomst voor de proefperiode opstellen en deze naar u en de vertegenwoordiger van de buurtbewoners sturen. Dan kunnen we hopelijk snel spijkers met koppen slaan.