Handen die spreken: Sandra leert gebarentaal
Lire en suivant (transcription)
Eva: Stel je voor dat je op je werk komt, en je kunt met je directe collega niet praten bij het koffiezetapparaat. Niet omdat jullie elkaar niet aardig vinden, maar omdat jullie elkaars taal simpelweg niet spreken. Wat doe je dan?
Eva: Welkom bij TalkDutch. Vandaag praat ik met Sandra, drieënveertig jaar oud. Sandra werkt als logistiek planner en besloot een intensieve cursus Nederlandse Gebarentaal te volgen. Niet voor haarzelf, maar voor haar nieuwe, dove collega. Sandra, ontzettend leuk dat je er bent.
Sandra: Dank je wel, Eva. Leuk om hier te zijn.
Eva: Neem ons eens mee terug naar dat moment. Je hoort dat je een nieuwe collega krijgt, Bram, en hij is doof. Wat dacht je toen?
Sandra: Nou, eerlijk gezegd schrok ik een beetje. Ik dacht meteen: oh help, hoe moet dat dan? Hoe gaan we overleggen over de planning? Gaan we de hele dag mailen of briefjes schrijven? En inderdaad, die eerste weken waren best wel ongemakkelijk. We stonden bij de koffiemachine, ik knikte een beetje vriendelijk, hij glimlachte terug... en verder bleef het stil. Dat voelde zo afstandelijk. Ik wilde hem echt leren kennen, maar ik merkte dat de drempel om contact te maken gewoon te hoog was.
Eva: Ja, dat kan ik me heel goed voorstellen. Je wil wel, maar je mist de instrumenten. En toen dacht je: ik ga een cursus gebarentaal doen?
Sandra: Ja, klopt. Onze werkgever wilde dat gelukkig ook steunen. Ik dacht vooraf: nou, ik leer even een paar gebaren voor 'koffie', 'goedemorgen' en 'werkoverleg', en dan zijn we er wel. Maar dat was echt een enorme misrekening. Nederlandse Gebarentaal, of NGT zoals we het noemen, is geen versimpeld Nederlands met je handen. Het is een volwaardige taal, met een compleet eigen grammatica, een eigen zinsopbouw en een eigen cultuur.
Eva: Een eigen grammatica? Hoe werkt dat dan als je geen stem gebruikt?
Sandra: Nou, dat is dus het fascinerende. In het Nederlands zeg je bijvoorbeeld: "Ik ga morgen naar de bioscoop." In NGT begin je met de tijd, dus 'morgen', dan de plaats, 'bioscoop', en dan pas de handeling. Maar het moeilijkste voor mij was niet eens de volgorde van de gebaren. Het was mijn gezicht.
Eva: Je gezicht? Vertel.
Sandra: [laughs] Ja, wij Nederlanders zijn over het algemeen nogal vlak in onze mimiek. We praten met een vrij neutraal gezicht. Maar bij gebarentaal is je gezichtsuitdrukking de grammatica. Als je kijkt naar de stand van je wenkbrauwen, of de manier waarop je je lippen beweegt... dat bepaalt of iets een vraag is, of een ontkenning, of dat iets heel groot of juist klein is. Als je een vraag stelt, moet je je wenkbrauwen fronsen. Doe je dat niet, dan klopt de zin grammaticaal simpelweg niet. In het begin voelde ik me echt een soort clown. Ik dacht: ik trek veel te gekke bekken.
Eva: [laughs] Ja, dat voelt waarschijnlijk heel onnatuurlijk als je gewend bent om je emoties een beetje te verbergen. Hoe ging die docente daarmee om?
Sandra: Die was heel streng! Ze zei constant: "Sandra, je handen vertellen het verhaal wel, maar je gezicht slaapt!" Ik moest echt leren om die schroom van me af te werpen. Het was een soort spiegel die me werd voorgehouden. Waarom vind ik het zo spannend om mijn gezicht te laten spreken? Maar na een paar weken begon er iets te veranderen. Ik merkte dat ik niet alleen tijdens de cursus, maar ook in het dagelijks leven beter ging kijken naar de lichaamstaal van mensen.
Eva: Wat bijzonder. Je leert eigenlijk een heel nieuwe manier van waarnemen. En hoe reageerde Bram toen je je eerste gebaren op de werkvloer liet zien?
Sandra: O, dat was fantastisch. Ik weet het nog zo goed. Ik liep naar hem toe en gebaarde: "Koffie drinken?" Het was waarschijnlijk heel houterig en mijn grammatica was vast vreselijk, maar zijn hele gezicht lichtte op. Dat moment... ja, er viel meteen een soort barrière weg. Hij begon heel snel terug te gebaren, en toen moest ik natuurlijk lachen en met de handen gebaren dat hij langzamer moest gaan. Maar het ijs was gebroken. Vanaf dat moment gingen we elke dag samen lunchen.
Eva: Wat een mooi succesmoment. Maar ik kan me voorstellen dat het ook frustrerend kan zijn. Een taal leren kost tijd. Heb je momenten gehad dat je dacht: ik stop ermee, dit is te moeilijk?
Sandra: Ja, zeker. Vooral toen we gingen oefenen met de 'driedimensionale ruimte'. In gebarentaal gebruik je de ruimte om je heen om te laten zien over wie of wat je het hebt. Als ik het over mijn zus heb, geef ik haar een denkbeeldige plek aan mijn rechterkant. Als ik daarna over haar praat, wijs ik naar die plek. Als je dat vergeet, snapt de ander er niks meer van. Soms zat ik echt met mijn handen in het haar — letterlijk en figuurlijk — en dacht ik: mijn hersens kunnen dit visuele denken gewoon niet aan. Ik ben veertig plus, mijn brein is hier te stijf voor.
Eva: Maar je hebt doorgezet. Wat heeft het je uiteindelijk gebracht, behalve dat je nu met Bram kunt praten?
Sandra: Het heeft mijn wereld echt vergroot. Ik ben door Bram ook in contact gekomen met de Dovengemeenschap. Ik wist daar eigenlijk niks van. Ik dacht altijd, heel naïef, dat doof zijn vooral een medische beperking is. Een gebrek. Maar ik heb geleerd dat doven zichzelf zien als een culturele minderheid, met een eigen geschiedenis, eigen humor en een heel directe manier van communiceren. Ze draaien er niet omheen, ze zijn heel open en eerlijk. Dat vind ik verfrissend.
Eva: Mooi hoe zo'n stap om een cursus te volgen je hele perspectief kan kantelen. Als je nu terugkijkt op dit hele proces, wat is dan de belangrijkste les die je hebt geleerd?
Sandra: Dat echte verbinding altijd moeite kost, maar dat het die moeite meer dan waard is. We zijn vaak zo bang om fouten te maken dat we het contact maar helemaal uit de weg gaan. Maar Bram vond het helemaal niet erg dat ik fouten maakte. Hij zag dat ik moeite voor hem deed, en dat was genoeg.
Eva: Prachtig gezegd, Sandra. We komen alweer aan het einde van ons gesprek. Wat zou jij onze luisteraars, die misschien ook nadenken over een nieuwe stap of het leren van iets nieuws, willen meegeven?
Sandra: Stap uit je comfortzone, ook al voelt het in het begin ongemakkelijk. Of het nu een taal is, een sport of een instrument. Juist op die momenten dat je je een beetje kwetsbaar voelt, leer je het meest over jezelf. En wees niet bang om gekke bekken te trekken!
Eva: Dank je wel voor dit inspirerende gesprek, Sandra. En voor je mooie energie.
Sandra: Graag gedaan, Eva. Dank je wel dat ik mijn verhaal mocht delen.
Eva: Dit was TalkDutch voor vandaag. Wil je de tekst van dit gesprek nog eens rustig nalezen? Het transcript staat gratis voor je klaar op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!