Jan: Hallo Maya, ik ben ziek. Kun jij hond Max uitlaten?
Maya: Ja hoor, Jan! Dat doe ik graag.
Jan: Fijn! Wil jij om twee uur of om vier uur wandelen?
Maya: Om twee uur is beter voor mij.
Jan: Prima! En ga je naar het park of naar het bos?
Maya: Ik ga naar het park. Dat is dichtbij.
Jan: Heel fijn. De sleutel ligt buiten. Dank je wel!
Maya: Graag gedaan! Beterschap, Jan.