De magie van het Bloemencorso
Leggi insieme (trascrizione)
Femke: Stel je voor: drie dagen bijna niet slapen, pijn in je vingers van het bloemen prikken, en een heel dorp in de ban van één doel. Jeroen, waarom doen jullie jezelf dit elk jaar aan?
Jeroen: [laughs] Ja, als je het zo schetst, klinkt het bijna als een milde vorm van marteling! Maar geloof me, als die enorme wagens in september door de straten trekken, dan weet je precies waarvoor je het hebt gedaan. Dat gevoel is onbeschrijfelijk.
Femke: Welkom bij TalkDutch. Ik praat vandaag met Jeroen, 45 jaar oud en gepassioneerd 'corsobouwer' uit Zundert. Het bloemencorso daar is wereldberoemd en zelfs UNESCO-erfgoed. Jeroen, voor wie het niet kent: wat is het precies? Want het is veel meer dan zomaar een optocht, toch?
Jeroen: Klopt, het is echt een cultuur op zich. We bouwen in verschillende buurtschappen – een soort wijkverenigingen – gigantische wagens van staal, karton en dahlia’s. Sommige wagens zijn wel negen meter hoog en twintig meter lang. Het zijn rijdende beeldhouwwerken, volledig bedekt met dahlia’s. Miljoenen bloemen in totaal.
Femke: Ongelofelijk. En dat wordt allemaal door vrijwilligers gedaan?
Jeroen: Ja, honderd procent. Vanaf het voorjaar beginnen de ontwerpers met maquettes. Daarna gaan lassers aan de slag met het ijzeren skelet. En in de zomermaanden zijn we met honderden mensen bezig met karton, papier-mâché en uiteindelijk het bloemen prikken. Jong, oud, timmerman of advocaat... iedereen werkt zij aan zij.
Femke: Dat sociale aspect fascineert me. In een tijd waarin we vaak horen dat mensen meer op zichzelf zijn, lijkt het corso dat juist te doorbreken. Is dat de echte kracht ervan?
Jeroen: Absoluut. Het corso is de lijm van onze gemeenschap. In mijn buurtschap hebben we vierhonderd actieve leden. In de bouwtent vervagen alle verschillen. Een tiener leert lassen van een gepensioneerde metaalbewerker. En basisschoolkinderen helpen mee met het sorteren van de bloemen. Je hoort er gewoon bij, ongeacht wie je bent. Het geeft een enorm gevoel van saamhorigheid.
Femke: Ja, dat geloof ik direct. Maar vertel eens over die beruchte 'tikweek'. Dat is de week vlak voor de optocht, toch?
Jeroen: [sighs] Nou, dat is de meest intense week van het jaar. Dahlia's verwelken snel, dus in de laatste drie dagen moeten honderdduizenden bloemen op de wagen worden gespijkerd. We noemen dat 'tikken'. We werken dan in ploegendiensten, dag en nacht door. De tent is vierentwintig uur open. Er is muziek, er is soep, er is heel veel koffie. Het is een georganiseerde chaos.
Femke: En slaap je dan überhaupt wel?
Jeroen: Bijna niet. Je zit in een soort roes. Je voelt de vermoeidheid wel, maar de adrenaline houdt je op de been. Als je om vier uur 's nachts met vijftig man die dahlia's staat te prikken, en de muziek staat zachtjes aan... ja, dat heeft iets magisch. Je bent samen aan het strijden tegen de klok.
Femke: Maar waarom dahlia's? Waarom niet de tulp, die we in het buitenland zo goed kennen?
Jeroen: Dahlia's zijn heel sterke bloemen en ze zijn er in ontelbaar veel kleuren. Bovendien bloeien ze in de nazomer, precies wanneer ons corso is. We kweken ze ook allemaal zelf op onze eigen bloemenvelden. Dat onderhoud doen we ook het hele jaar door met de buurtschappen.
Femke: Wauw, dus jullie verbouwen ook je eigen bloemen! Maar dan is het zondagochtend. De wagen is af en jullie rijden de tent uit. Hoe voelt dat?
Jeroen: Dat is heel emotioneel. Vaak vallen er dan wel een paar tranen, hoor. Je bent doodop, je handen zitten onder het bloemensap, en dan rijdt dat enorme kunstwerk langzaam naar buiten, het daglicht in. De geur van dahlia's die je dan tegemoetkomt, gemengd met nat karton en ijzer... die geur associeer ik voor altijd met geluk.
Femke: En dan de optocht zelf. Er is ook een competitie met een jury. Hoe belangrijk is het om te winnen?
Jeroen: Nou... [laughs] we zeggen altijd dat meedoen belangrijker is, maar stiekem is iedereen bloedfanatiek. De strijd tussen de buurtschappen is enorm. Als de uitslag bekend wordt gemaakt, heerst er een immense spanning. De winnaar mag de 'jubel' vieren. Dan springt iedereen het podium op, vallen mensen elkaar huilend in de armen en is het groot feest. Maar ook als je onderaan eindigt, drinken we 's avonds gewoon weer samen een biertje.
Femke: Het klinkt alsof het corso een soort gezonde verslaving is. Als je er eenmaal in zit, kom je er niet meer vanaf.
Jeroen: Dat klopt helemaal. Het zit in ons DNA. Mijn eigen dochter van twaalf helpt nu ook al mee. Het is een traditie die van generatie op generatie wordt doorgegeven, zonder dat het stoffig aanvoelt. De ontwerpen worden elk jaar moderner en technischer. Sommige wagens hebben bewegende delen of maken gebruik van geluid en theater. Het is echt levende cultuur.
Femke: Prachtig hoe traditie en moderne kunst daar samenkomen. Jeroen, we naderen alweer het einde van ons gesprek. Wat zou jij onze luisteraars willen meegeven?
Jeroen: Ik zou zeggen: zoek de gemeenschap op. Of dat nu een sportclub is of een buurtvereniging. Nederlanders kunnen soms wat gereserveerd lijken, maar als je samen de schouders ergens onder zet, ontstaan de mooiste vriendschappen. En kom begin september een keer naar Zundert. Je weet niet wat je ziet, beloofd!
Femke: Wat een mooie uitnodiging. Heel erg bedankt voor dit gesprek, Jeroen. En veel succes met de voorbereidingen!
Jeroen: Graag gedaan, Femke!
Femke: En voor de luisteraars thuis: wil je dit gesprek nog eens rustig nalezen? Het transcript staat gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!