← Terug naar overzicht Tegenwoordige tijd: In de tuin of op het balkon A2 Elke ochtend Leeg 1 ik graag op het balkon. (zitten) De zon Leeg 2 al lekker warm. (schijnen) De bloemen Leeg 3 water nodig vandaag. (hebben) Mijn buurvrouw Leeg 4 een boek in haar tuin. (lezen) Een vogel Leeg 5 een mooi liedje in de boom. (zingen) Ik Leeg 6 de kinderen in de verte spelen. (horen) Wij Leeg 7 van de frisse lucht. (genieten) Wat Leeg 8 jij meestal in de tuin? (doen) Straks Leeg 9 we nog even wandelen. (gaan) Het Leeg 10 heerlijk om buiten te zijn. (zijn) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht