← Terug naar overzicht Tegenwoordige tijd A2 Ik Leeg 1 mijn dag met koffie. (beginnen) De manager Leeg 2 de nieuwe e-mails. (lezen) Wij Leeg 3 het project deze ochtend. (bespreken) Jij Leeg 4 de belangrijke notulen. (typen) Hij Leeg 5 hard aan de presentatie. (werken) Zij Leeg 6 een potentiële klant. (bellen) De computers Leeg 7 op alle bureaus. (staan) Wat Leeg 8 jullie precies nu? (doen) Ik Leeg 9 het rapport zo meteen. (versturen) Het hele team Leeg 10 samen in de kantine. (lunchen) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht