← Terug naar overzicht Woordenschat A1 Hallo, ik Leeg 1 Anna. (zijn) Ik Leeg 2 hier aan de universiteit. (studeren) Ik woon Leeg 3 een huis dichtbij de campus. Elke ochtend Leeg 4 ik om zeven uur op. (opstaan) Dan Leeg 5 ik en kleed me aan. (douchen) Na het ontbijt Leeg 6 ik naar de les. (lopen) De lessen Leeg 7 om negen uur. (beginnen) Ik Leeg 8 graag nieuwe dingen. (leren) 's Middags Leeg 9 ik lunch met mijn vrienden. (eten) Na de lessen Leeg 10 ik naar de bibliotheek. (gaan) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht