Mevrouw Demir: Hallo meester Jan. Ik ben de brief kwijt. Wat moet Ali meenemen?
Meester Jan: Hallo mevrouw Demir. Ali moet een lunchpakket en een regenjas meenemen.
Mevrouw Demir: O nee! Ik heb geen lunchpakket. Wat nu?
Meester Jan: Geen probleem. Wij hebben extra broodjes op school.
Mevrouw Demir: Wat fijn! Dank u wel.