Mark: Hallo Sandra, ik ben nu bij de opticien voor de nieuwe bril van Luuk.
Mark: De opticien heeft twee mooie brillen voor hem gevonden.
Mark: De blauwe bril kost tachtig euro en de groene bril is honderd euro.
Mark: Luuk vindt de groene bril het mooist, maar die is dus iets duurder.
Mark: Kun jij mij snel bellen om te zeggen welke we moeten kopen?
Mark: Ik wacht hier in de winkel op jouw telefoontje.