Przejdź do treści

Dagelijkse routines thuis: tegenwoordige tijd

Dagelijkse routines thuis: tegenwoordige tijd A2
Elke ochtend
papa de krant in de woonkamer. (lezen)

Każdego ranka tata czyta gazetę w salonie.

Mijn zus
vanavond een heerlijke maaltijd in de keuken. (koken)

Moja siostra gotuje dziś wieczorem pyszny posiłek w kuchni.

Ik
altijd goed in mijn comfortabele bed. (slapen)

Zawsze dobrze śpię w moim wygodnym łóżku.

Na het ontbijt
wij de tafel op. (opruimen)

Po śniadaniu sprzątamy stół.

De kat
graag op de bank te slapen. (liggen)

Kot lubi spać na kanapie.

Mama
de afwas met de hand. (wassen)

Mama myje naczynia ręcznie.

's Avonds
we vaak een film in de woonkamer. (kijken)

Wieczorem często oglądamy film w salonie.

De kinderen
nu met hun speelgoed in de slaapkamer. (spelen)

Dzieci bawią się teraz swoimi zabawkami w sypialni.

Voordat ik naar bed ga,
ik mijn tanden in de badkamer. (poetsen)

Zanim pójdę spać, myję zęby w łazience.

Het hele gezin
samen aan de keukentafel. (eten)

Cała rodzina je razem przy stole kuchennym.