Przejdź do treści

Praten over het weer

Praten over het weer A1 U legt de buurman uit dat u niet gaat wandelen omdat het regent.

U spreekt uw buurman op straat. Het regent heel hard. De buurman vraagt of u gaat wandelen.

Maak deze zin af: 'Ik ga vandaag niet wandelen, want...'