Перейти до основного вмісту

Tegenwoordige Tijd: Een Dag op de Camping

Tegenwoordige Tijd: Een Dag op de Camping A2
Mijn familie en ik
hier deze week. (kamperen)

Моя родина та я таборуємо тут цього тижня.

De zon
vandaag heerlijk. (schijnen)

Сонце сьогодні чудово світить.

Wij
elke ochtend buiten. (ontbijten)

Ми снідаємо щоранку на вулиці.

Mijn broer
vaak in het meer. (zwemmen)

Мій брат часто купається в озері.

Ik
een boek bij de tent. (lezen)

Я читаю книгу біля намету.

De kinderen
op de speeltuin. (spelen)

Діти граються на дитячому майданчику.

's Avonds
we een kampvuur. (maken)

Увечері ми розпалюємо багаття.

De buren
ons altijd vriendelijk. (groeten)

Сусіди завжди вітають нас привітно.

Het restaurant
lekkere pizza's. (serveren)

Ресторан подає смачну піцу.

Wij
echt van onze vakantie hier. (genieten)

Ми справді насолоджуємося нашим відпочинком тут.