Samen delen, samen wonen: het leven in een woongroep
Читайте разом (транскрипт)
Noor: Stel je voor: je hebt je eigen appartement, maar zodra je de deur uitstapt, sta je in een gedeelde binnentuin waar de buurkinderen spelen en waar je vanavond samen mee-eet. Is dat een droom, of juist een benauwd idee?
Noor: Welkom bij TalkDutch. Vandaag praat ik met de tweeënveertigjarige Jasper. Hij maakte vijf jaar geleden een bewuste keuze. Hij verliet zijn rustige eengezinswoning en trok met zijn gezin in een woongroep in Nijmegen. Jasper, ontzettend leuk dat je er bent.
Jasper: Dank je wel, Noor. Leuk om hier te zijn.
Noor: Want ja, een woongroep... Bij veel mensen roept dat meteen beelden op van de jaren zeventig. Samen op wollen sokken gitaar spelen rond een kampvuur. Is dat nog steeds zo?
Jasper: [laughs] Ja, dat vooroordeel hoor ik natuurlijk heel vaak. Die geitenwollen-sokkensfeer. Maar nee, dat is echt achterhaald. Onze woongroep is eigenlijk heel modern. We hebben allemaal onze eigen volwaardige woning met een eigen voordeur, een eigen keuken en badkamer. Dus als je de deur dichttrekt, ben je gewoon lekker op jezelf. Maar daarbuiten delen we heel veel.
Noor: En wat delen jullie dan precies? Want een tuin is één ding, maar het gaat verder, toch?
Jasper: Zeker. We delen inderdaad een grote binnentuin, maar ook een gemeenschappelijk huis met een grote keuken en een logeerkamer voor gasten. En we hebben een soort klushok met gereedschap, en we delen een paar wasmachines. Dat scheelt enorm veel ruimte en spullen die je anders allemaal zelf moet aanschaffen.
Noor: Ja, dat klinkt eigenlijk heel praktisch. Maar hoe ben je hier zo bij gekomen? Wat was de trigger om die stap te zetten?
Jasper: Nou, mijn vriendin en ik woonden hiervoor in een gewone, jonge woonwijk. Heel keurig allemaal. Maar we merkten dat we ons daar soms best wel anoniem voelden. Je groet de buren wel als je de auto wast of de vuilnisbak buiten zet, maar het bleef heel oppervlakkig. We wilden graag meer sociale verbinding, vooral ook voor onze kinderen. Dat ze gewoon de deur uit kunnen rennen en dat er altijd wel iemand is om mee te spelen, of een volwassene die een oogje in het zeil houdt.
Noor: En is dat ook zo gebleken? Is die anonimiteit echt weg?
Jasper: Ja, absoluut. Het is alsof je in een warm bad stapt, al moet je daar natuurlijk wel even je weg in vinden. In het begin dacht ik: o jeetje, heb ik nu nog wel genoeg privacy? Maar dat valt reuzepast mee. Het is heel organisch gegroeid.
Noor: Maar hoe werkt dat dan in de praktijk? Want met vijftien huishoudens heb je ook vijftien verschillende meningen. Hoe nemen jullie beslissingen?
Jasper: Oef, ja. Dat is wel een dingetje. We vergaderen één keer per maand. En we beslissen op basis van consensus. Dat betekent dus dat iedereen het er min of meer mee eens moet zijn. Er wordt niet zover gestemd waarbij de meerderheid wint, want dan heb je altijd een ontevreden minderheid. We praten net zo lang door tot we een oplossing hebben waar iedereen mee kan leven. Echt polderen op de vierkante meter.
Noor: Hm, dat klinkt als een lange zit soms. Heb je weleens meegemaakt dat een vergadering echt stroef liep?
Jasper: [sighs] Nou, jazeker. Vorig jaar wilden we kippen in de gemeenschappelijke tuin. Nou, je wil niet weten wat dat losmaakte. De één maakte zich zorgen over het lawaai van een haan, de ander over ongedierte dat op het voer af zou komen, en weer iemand anders was bang dat hij elk weekend de hokken moest schoonmaken. We hebben daar echt drie avonden over vergaderd.
Noor: Drie avonden voor een paar kippen? Hoe loopt dat dan uiteindelijk af?
Jasper: Uiteindelijk hebben we een heel gedetailleerd 'kippenplan' gemaakt. Geen haan, alleen drie hennetjes. Een strak rooster voor het voeren en schoonmaken, en een budget voor een rattenvrije voerbak. Nu lopen die kippen er, iedereen is er dol op en de kinderen rapen elke dag verse eieren. Maar het kostte wel wat bloed, zweet en tranen om daar te komen.
Noor: Wat grappig. Dus je moet wel echt geduld hebben. En flexibel zijn.
Jasper: Ja, absoluut. Als je heel erg gesteld bent op je eigen autonomie, en als je direct je zin wil hebben, dan is een woongroep echt niks voor jou. Je moet kunnen polderen, concessies kunnen doen. En je moet ook durven loslaten. Soms wordt de gemeenschappelijke ruimte geverfd in een kleur die niet direct mijn eerste keuze zou zijn. Nou ja, jammer dan. Dan kijk ik er na een week niet eens meer naar.
Noor: En wat betreft het sociale aspect? Moet je verplicht meedoen met activiteiten? Want dat lijkt me ook wel een druk geven, dat je het gevoel hebt dat je er altijd bij moet zijn.
Jasper: Dat is een heel belangrijk punt. We hebben de gouden regel: alles mag, niets moet. Behalve dan het onderhoud en de vergaderingen, dat hoort er gewoon bij. Maar we eten bijvoorbeeld twee keer per week samen in het gemeenschappelijke huis voor wie dat wil. De ene keer schuiven er dertig mensen aan, de andere keer maar acht. Als je een keer geen zin hebt, of je bent moe na je werk, dan blijf je lekker in je eigen huis. Niemand die daar raar naar kijkt. Dat houdt het juist gezond.
Noor: Ja, want anders wordt het te verstikkend. En hoe zit het met de generaties? Zijn jullie allemaal van dezelfde leeftijd?
Jasper: Nee, juist niet! Dat was voor ons ook een harde eis toen we deze groep oprichtten. We hebben gezinnen met jonge kinderen, dertigers, maar ook zestigers en een tachtiger. Die mix is fantastisch. De oudere buren vinden het heerlijk om die dynamiek van de kinderen om zich heen te hebben, en ze passen af en toe op als wij omhoog zitten. En wij helpen hen weer met zware klussen of als er een computerprobleem is. Het voelt heel natuurlijk, een beetje zoals een ouderwetse dorpsgemeenschap, maar dan in het klein.
Noor: Wat ontzettend mooi. Het klinkt echt als een rijke manier van leven. Maar zijn er ook momenten dat je denkt: nu wil ik even helemaal niemand zien of horen?
Jasper: Ja hoor, die momenten zijn er zeker. Als ik een stressvolle week op mijn werk heb gehad, dan heb ik soms gewoon geen behoefte aan een praatje in de tuin. In het begin vond ik dat lastig, dan liep ik met een boog om mensen heen. Maar nu ben ik daar heel open in. Ik zeg dan gewoon: "Hoi, ik ben even heel moe, ik ga direct naar binnen." En dat snapt iedereen. Die openheid is de sleutel. Je moet durven communiceren, ook over je grenzen.
Noor: Precies. Als je dat niet doet, gaat het natuurlijk broeien. Jasper, we naderen alweer het einde van ons gesprek. Wat zou je onze luisteraars willen meegeven als ze ook dromen van meer verbinding in hun buurt, maar niet direct naar een woongroep willen verhuizen?
Jasper: Ik zou zeggen: begin klein. Je hoeft niet meteen je hele leven om te gooien. Vraag eens aan je buren of ze het leuk vinden om gereedschap te delen, of zet een bankje in je voortuin waar je even op gaat zitten voor een praatje. Verbinding ontstaat vaak op de plekken waar je elkaar spontaan tegenkomt. Durf die eerste stap te zetten en stel je open. Het levert je zoveel op.
Noor: Wat een prachtige afsluiting. Heel erg bedankt voor je komst en je inspirerende verhaal, Jasper.
Jasper: Graag gedaan, Noor.
Noor: Alles rustig nalezen? Dat kan gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!