Pasar al contenido principal

Tegenwoordige tijd bij de bank of postkantoor

Tegenwoordige tijd A2
Ik
naar de bank om geld op te nemen. (gaan)

Voy al banco a retirar dinero.

Mijn buurman
een pakketje naar het buitenland. (sturen)

Mi vecino envía un paquete al extranjero.

De medewerker
me vriendelijk met mijn vraag. (helpen)

El empleado me ayuda amablemente con mi pregunta.

Ik
een afspraak met de bankadviseur. (hebben)

Tengo una cita con el asesor bancario.

Hij
het formulier voor de overschrijving in. (invullen)

Él llena el formulario para la transferencia.

Mevrouw Jansen
al tien minuten in de rij. (wachten)

La señora Jansen lleva diez minutos esperando en la fila.

De pinautomaat
vandaag helaas niet. (werken)

El cajero automático lamentablemente no funciona hoy.

Ik
mijn rekening via internetbankieren. (betalen)

Pago mi factura a través de la banca por internet.

De postbode
elke dag post. (brengen)

El cartero entrega correo todos los días.

Wij
vaak folders van de bank in de brievenbus. (krijgen)

A menudo recibimos folletos del banco en el buzón.