← Terug naar overzicht Tegenwoordige tijd A2 Ik Leeg 1 naar de bank om geld op te nemen. (gaan) Mijn buurman Leeg 2 een pakketje naar het buitenland. (sturen) De medewerker Leeg 3 me vriendelijk met mijn vraag. (helpen) Ik Leeg 4 een afspraak met de bankadviseur. (hebben) Hij Leeg 5 het formulier voor de overschrijving in. (invullen) Mevrouw Jansen Leeg 6 al tien minuten in de rij. (wachten) De pinautomaat Leeg 7 vandaag helaas niet. (werken) Ik Leeg 8 mijn rekening via internetbankieren. (betalen) De postbode Leeg 9 elke dag post. (brengen) Wij Leeg 10 vaak folders van de bank in de brievenbus. (krijgen) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht