Przejdź do treści

Dagroutine in de Apotheek

Tegenwoordige tijd A2
Elke ochtend om acht uur
ik de apotheek. (openen)

Każdego ranka o ósmej otwieram aptekę.

Ik
dan eerst de voorraad medicijnen. (controleren)

Najpierw sprawdzam zapasy leków.

Een klant
vaak al vroeg voor een recept. (komen)

Klient często przychodzi wcześnie po receptę.

Ik
mensen over geschikte producten bij verkoudheid. (adviseren)

Doradzam ludziom odpowiednie produkty na przeziębienie.

Tussen de middag eet ik mijn broodje
de balie.

W południe jem kanapkę za ladą.

Daarna
ik met het vullen van de schappen. (helpen)

Następnie pomagam w uzupełnianiu półek.

Soms
een huisarts voor een spoedgeval. (bellen)

Czasami lekarz rodzinny dzwoni w sprawie nagłego przypadku.

Mijn collega
uitleg over de bijwerkingen van een nieuw medicijn. (geven)

Moja koleżanka wyjaśnia skutki uboczne nowego leku.

We
de kassa en maken alles schoon. (sluiten)

Zamykamy kasę i sprzątamy wszystko.

Na mijn werk
ik naar huis, moe maar voldaan. (fietsen)

Po pracy wracam do domu rowerem, zmęczony, ale zadowolony.